Video
EU Kids Online II
Fase 1: eerste verkennende, vergelijkende fase (2006-2009).
Naarmate het internet en nieuwe online technologieën deel worden van het dagelijkse leven, rijzen prangende vragen naar de sociale gevolgen. Kinderen, jongeren en hun families horen bij de koplopers voor adoptie van nieuwe media. Ze profiteren als eersten van de nieuwe mogelijkheden geboden door het internet, mobiele en breedband content, online spellen en peer-to-peer technologieën. Tegelijk lopen ze de kans om risicovolle of negatieve ervaringen te beleven, waarop ze niet zijn voorbereid. Deze risico's, de dagdagelijkse context waarin ze voorkomen en de manier waarop ermee wordt omgegaan evolueren constant.
Gegevens over het gebruik van nieuwe media zijn essentieel voor de ontwikkeling van een overheidsbeleid en academisch onderzoek. Het EU Kids Online project inventariseerde en analyseerde in de periode 2006-2009 het onderzoek dat in 21 lidstaten werd uitgevoerd naar hoe mensen, in het bijzonder kinderen en jongeren nieuwe media gebruiken. In dit samenwerkingsverband werkten academici samen om het beschikbare onderzoeksmateriaal te identificeren, te vergelijken en te evalueren. De deelnemende landen zijn België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Oostenrijk Verenigd Koninkrijk en Zweden.
Centrale bevindingen van de eerste fase zijn samengevat in het rapport “EU Kids Online: Final Report”.
Uit deze studie blijkt onder meer dat het vrijgeven van persoonlijke informatie het grootste en meest voorkomende online risico is, terwijl het ontmoeten van een online contact veel minder frequent voorkomt maar wel een potentieel groter risico met zich meebrengt. Verder blijkt dat kinderen uit gezinnen met lagere inkomens meer blootgesteld zijn aan online risico’s. Er bestaat een uiteenlopende samenhang tussen gebruik en risico in verschillende landen: in Noord-Europese landen neigt ‘hoog gebruik’ naar ‘hoge risico’s’; in Zuid-Europa zien we ‘laag gebruik’ gekoppeld aan ‘lage risico’s’; en in Oost-Europa neigt ‘nieuw gebruik’ naar ‘nieuwe risico’s’.
Het rapport formuleert beleidsaanbevelingen om de risico’s te beperken zoals het aanscherpen van regulering via meer zelfregulering vanuit de industrie en het ontwikkelen van meer initiatieven in de sfeer van mediageletterdheid. Uit de resultaten blijkt dat vooral jonge kinderen voor wie het internet nieuw is en kinderen uit lagere socio-economische gezinnen het doelwit moeten zijn van nieuwe campagnes.
Het onderzoek maakt ook duidelijk dat de intentie om het internet een veiliger plek te maken voor kinderen evenmin de oplossing is, omdat diegenen die meer risico’s ervaren, tegelijkertijd ook meer kansen benutten. Of anders gezegd: met het terugdringen van de risico’s dreigt men ook de kansen te reduceren. Het onderzoek toont tevens aan dat precies omdat veel ouders in Europa net als hun kinderen inmiddels online zijn, ze een actieve rol kunnen spelen in het veilig houden van internetgebruik voor hun kinderen.
Fase 2: nieuwe dataverzameling (2009-2011)
Vanaf 1 juli 2009 start een nieuw tweejarig onderzoeksproject in c.a. 20 Europese landen naar de ervaringen van kinderen met internetrisico’s. Het onderzoek wordt gecoördineerd door prof. Sonia Livingstone (London School of Economics and Political Science) en wordt gefinancierd door het EC Safer Internet Programme met een budget ter hoogte van 2,5 miljoen euro. In Nederlands wordt het onderzoek gecoördineerd door Prof. dr. Jos de Haan (Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)).
De studie omvat origineel empirisch onderzoek naar online veiligheidsissues zoals ervaren door duizenden Europese kinderen en jongeren van 9 tot 16 jaar oud en hun ouders. Onder online risico’s worden onder meer blootstelling aan ongeschikte inhoud (bijv. pornografie), ongewenst contact (bijv. ‘sexual grooming’), ongepast gedrag door kinderen zelf (bijv. cyberpesten) verstaan en vreemden off line ontmoeten.
In het project zullen kinderen uit ca. 20 landen op basis van dezelfde vragen worden gevraagd in welke mate zij bloot staan aan dergelijke internetrisico’s. Tegelijkertijd zullen ook hun ouders worden gevraagd hoe zij de risico’s inschatten en wat ze ondernemen om die risico’s te beperken. Bedoeling van het nieuwe onderzoek is om beleid hieromtrent te sturen en eventuele mediapaniek te counteren met empirische gegevens. Zo zal het EU Kids Online project medio 2011 vergelijkbare gegevens voor elk deelnemend land kunnen presenteren en in Europees perspectief kunnen bekijken.
Lijst met leden van het Nederlandse team:
Lijst met contactpersonen (adviesraad):
|
Organisatie
|
Naam
|
Emailadres
|
|
Marjolijn Bonthuis
|
ECP / Awareness Node
|
Marjolijn.Bonthuis@ecp.nl
|
|
Marjolijn Durinck
|
ECP / Awareness Node
|
Marjolijn.Durinck@ecp.nl
|
|
Maaike Pekelharing
|
Meldpunt Kinderporno / Inhope
|
Maaike@meldpunt-kinderporno.nl
|
|
Theo Noten
|
Meldpunt Kinderporno / Inhope
|
Theo@meldpunt-kinderporno.nl
|
|
|
ECPAT
|
info@ecpat.nl
|
|
Margreet van den Berg
|
ICT en onderwijs
|
margreet@ictenonderwijs
|
|
Rozemarijn van der Lee
|
ICT op school
|
R.vanderlee@kennisnet.org
|
|
Chris Groeneveld
|
KLPD / Politie
|
Chris.groeneveld@klpd.nl
|
|
Remco Pijpers
|
Mijn kind online
|
Remco.pijpers@kpn.nl
|
|
Theo Bekkers
|
NICAM
|
Bekekrs@nicam.cc
|
|
Wim Veen
|
TU Delft
|
w.veen@tudelft.nl
|
Contact:
Jos de Haan
SCP
P.O. Box 16164
2500 BD Den Haag
The Netherlands
tel: NL +31 703407832 Call
fax: + 31 703407044
e-mail: j.de.haan@scp.nl
Jos de Haan
Jos de Haan is head of the research group Time, Media and Culture at the Netherlands Institute for Social Research | SCP and professor of ICT, Culture and Knowledge Society at the Erasmus University Rotterdam (EUR).
Up to five areas of expertise: identity management
Marion Duimel
Marion Duimel (1976) works at the Netherlands Institute for Social Research | SCP. With Jos de Haan she wrote 'New links in the family. The digital world of teenagers and the role of their parents' (2007). In addition she conducts research on a freelance basis, recently on children and Hyves (a Dutch SNS) and children and mobile phones.
Linda Adrichem
Linda Adrichem (1977) is a PhD candidate at the Erasmus University Rotterdam. Her research concerns communication technology and social cohesion with a special focus on children and families. Before this she conducted research on social behavior in virtual worlds.
Jochen Peter
Jochen Peter is an Associate Professor at the Amsterdam School of Communications Research at the University of Amsterdam, the Netherlands. A member of the Center for Research on Children, Adolescents, and the Media (www.ccam-ascor.nl), his research interests focus on the socio-psychological consequences of adolescents' internet use
Patti M. Valkenburg
Patti M. Valkenburg (Ph.D., 1995) is a professor in the Amsterdam School of Communications Research and chair of CCAM, the Center for Research on Children, Adolescents, and the Media of the University of Amsterdam, see www.ccam-ascor.nl. Her research interests include the cognitive, emotional, and social effects of media contents and technologies on young people.
Maria Koutamanis
Maria is completing her studies in Social Psychology at Utrecht University. In the BSc honours track she has done research into uncertainty and the need for uniqueness. She is an intern at the Netherlands Institute for Social Research | SCP. Her MSc thesis is on risks teenagers face on social networking sites
Nathalie Sonck
Natalie Sonck is a senior media researcher in the Time, Media and
Culture research group at the Netherlands Institute for Social
Research|SCP. She specialises in research on media use, and in
particular the consequences of Internet use by young people, their
digital skills and the role of parental mediation strategies.