Netherlands

EU Kids Online

Contact:

Nathalie Sonck
The Netherlands Institute for Social Research (SCP)
P.O. Box 16164
2500 BD Den Haag
The Netherlands
tel: +31 70-3406037
fax: + 31 703407044
e-mail: n.sonck@scp.nl||

EU Kids Online
Fase 1: eerste verkennende, vergelijkende fase (2006-2009).

Naarmate het internet en nieuwe online technologieën deel worden van het dagelijkse leven, rijzen prangende vragen naar de sociale gevolgen. Kinderen, jongeren en hun families horen bij de koplopers voor adoptie van nieuwe media. Ze profiteren als eersten van de nieuwe mogelijkheden geboden door het internet, mobiele en breedband content, online spellen en peer-to-peer technologieën. Tegelijk lopen ze de kans om risicovolle of negatieve ervaringen te beleven, waarop ze niet zijn voorbereid. Deze risico's, de dagdagelijkse context waarin ze voorkomen en de manier waarop ermee wordt omgegaan evolueren constant.

Gegevens over het gebruik van nieuwe media zijn essentieel voor de ontwikkeling van een overheidsbeleid en academisch onderzoek. Het EU Kids Online project inventariseerde en analyseerde in de periode 2006-2009  het onderzoek dat in 21 lidstaten werd uitgevoerd naar hoe mensen, in het bijzonder kinderen en jongeren nieuwe media gebruiken. In dit samenwerkingsverband werkten academici samen om het beschikbare onderzoeksmateriaal te identificeren, te vergelijken en te evalueren. De deelnemende landen zijn België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, IJsland, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Oostenrijk Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Centrale bevindingen van de eerste fase zijn samengevat in het rapport "EU Kids Online: Final Report|". De Nederlandse situatie is beschreven in het SCP-rapport 'NL Kids Online' (zie http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2010/NL_Kids_online).||". De Nederlandse situatie is beschreven in het SCP-rapport 'NL Kids Online' (zie http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2010/NL_Kids_online).

Uit deze studie blijkt onder meer dat het vrijgeven van persoonlijke informatie het grootste en meest voorkomende online risico is, terwijl het ontmoeten van een online contact veel minder frequent voorkomt maar wel een potentieel groter risico met zich meebrengt. Verder blijkt dat kinderen uit gezinnen met lagere inkomens meer blootgesteld zijn aan online risico's. Er bestaat een uiteenlopende samenhang tussen gebruik en risico in verschillende landen: in Noord-Europese landen neigt 'hoog gebruik' naar 'hoge risico's'; in Zuid-Europa zien we 'laag gebruik' gekoppeld aan 'lage risico's'; en in Oost-Europa neigt 'nieuw gebruik' naar 'nieuwe risico's'.
Het rapport formuleert beleidsaanbevelingen om de risico's te beperken zoals het aanscherpen van regulering via meer zelfregulering vanuit de industrie en het ontwikkelen van meer initiatieven in de sfeer van mediageletterdheid. Uit de resultaten blijkt dat vooral jonge kinderen voor wie het internet nieuw is en kinderen uit lagere socio-economische gezinnen het doelwit moeten zijn van nieuwe campagnes.

Het onderzoek maakt ook duidelijk dat de intentie om het internet een veiliger plek te maken voor kinderen evenmin de oplossing is, omdat diegenen die meer risico's ervaren, tegelijkertijd ook meer kansen benutten. Of anders gezegd: met het terugdringen van de risico's dreigt men ook de kansen te reduceren. Het onderzoek toont tevens aan dat precies omdat veel ouders in Europa net als hun kinderen inmiddels online zijn, ze een actieve rol kunnen spelen in het veilig houden van internetgebruik voor hun kinderen.

Fase 2: nieuwe dataverzameling (2009-2011)

Vanaf 1 juli 2009 startte een nieuw driejarig onderzoeksproject in c.a. 25 Europese landen naar de ervaringen van kinderen met internetrisico's. Het onderzoek werd gecoördineerd door prof. Sonia Livingstone (London School of Economics and Political Science) en gefinancierd door het EC Safer Internet Programme met een budget ter hoogte van 2,5 miljoen euro. In Nederland werd het onderzoek gecoördineerd door Prof. dr. Jos de Haan (Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)).

De studie omvat origineel empirisch onderzoek naar online veiligheidsissues zoals ervaren door de jongeren zelf. In 2010 zijn in totaal 25.142 internetgebruikers van 9-16 jaar thuis bevraagd en één van de ouders. In Nederland waren dat ongeveer 1.000 kinderen.

Bevindingen

Ongeveer 60.000 Nederlandse kinderen van 9-16 jaar worden herhaaldelijk gepest via internet (4%). Online pesten gebeurt minder vaak dan pesten in het echt, zoals op het schoolplein. In 2010 ontvingen bijna 180.000 kinderen van 11-16 jaar seksueel getinte berichten via internet (15%). Van deze groep beleefde ongeveer een op de vijf kinderen dat als negatief. Een op de drie Nederlandse kinderen van 9-16 jaar had in 2010 via internet contact met een onbekende. Bij meer dan 90.000 kinderen kwam het tot een persoonlijke afspraak (6%). Deze afspraak verliep niet prettig bij 7.500 van hen.

Online risico's blijven bestaan, ook als een jongere veel internetvaardigheden heeft. Digitaal vaardige jongeren hebben meestal een langere internethistorie. Ze voeren meer verschillende online activiteiten uit, waardoor ze ook weer meer risico lopen. Toezicht houden op het internetgebruik van kinderen is moeilijk voor ouders en docenten. Bijna twee derde van de ouders weet niet dat hun kind een negatieve ervaring op internet heeft opgedaan. Computers staan steeds vaker op de kamers van de kinderen. Bovendien hebben kinderen via laptop, smartphone of tablet toegang tot mobiel internet.

Belangrijkste publicaties

Sonck, N. en J. de Haan (2011). Kinderen en internetrisico's. EU Kids Online Onderzoek bij 9-16-jarige internetgebruikers in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (zie: http://www.scp.nl/Publicaties/Alle_publicaties/Publicaties_2011/Kinderen_en_internetrisico_s)

Sonck, N., S. Livingstone, E. Kuiper en J. de Haan (2011). Digital literacy and safety skills (Short report). LSE, London: EU Kids Online (zie: http://eprints.lse.ac.uk/33733/)

Sonck, N., E. Kuiper en J. de Haan (2012). Digital skills in the context of media literacy. In: S. Livingstone, L. Haddon en A. Görzig (red.), Children, risk and safety online: Research and policy challenges in comparative perspective. Bristol: the Policy Press.

Sonck, N. en J. de Haan (2012). How the Internet skills of European 11- to 16-year-olds mediate between online risk and harm. In: Journal of Children and Media.

Sonck, N., P. Nikken en J. de Haan (2012). Determinants of Internet mediation. In: Journal of Children and Media.

De Haan, J. en N. Sonck (2012). Digital skills in perspective: a critical reflection on research and policy. In: Media Studies, jg.3, nr. 6, p. 125-138.

Sonck, N. & J. de Haan (in press). Safety by literacy? Rethinking the role of digital skills to improve online safety. In: S. van der Hof, B. van den Berg & B. Schermer (red.), Youth And The internet – Regulating Online Opportunities And Risks. Springer Press.

Lijst met leden van het Nederlandse team:

Naam

Instelling

E-mailadres

Nathalie Sonck (nationaal coördinator)

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

N.Sonck@scp.nl

Jos de Haan

Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) / Erasmus Universiteit Rotterdam

J.de.Haan@scp.nl ||

Marjolijn Antheunis

Universiteit van Tilburg

M.L.Antheunis@uvt.nl

Susanne Baumgartner

Universiteit van Amsterdam (ASCoR)

S.E.Baumgartner@uva.nl

Simone van der Hof

Universiteit van Leiden

S.van.der.Hof@law.leidenuniv.nl

Els Kuiper

Universiteit van Amsterdam (Pedagogiek en onderwijskunde)

E.J.Kuiper@uva.nl

Peter Nikken

Erasmus Universiteit Rotterdam / Nationaal Jeugdinstituut

P.Nikken@nji.nl

Natascha Notten

Radboud University Nijmegen

n.notten@maw.ru.nl|

Marc Verboord

Erasmus Universiteit Rotterdam

Verboord@eshcc.eur.nl



 

 

Share:Facebook|Twitter|LinkedIn|

 

 

 

 

 

 

Nethelrands Flag